Bevrijd

14 mei 2025 - Mar Menor, Spanje

3 mei. Als ik wakker wordt is de haven een stuk leger.  Ook de brokkenpiloot naast me is al weer vertrokken.  Ulrike en Friedhelm zijn nog niet vertrokken en ik zie nog geen activiteit bij hen aan boord.

Morgen wil ik zelf vertrekken en ga daarom naar het havenkantoor, dat alleen in de ochtend open is, om het liggeld te betalen. Rond een uur of elf vertrekt de ‘Soluna’ van Ulrike en Friedhelm naar Gibraltar met een tussenstop in Barbate. Precies de route die ik zelf wil nemen.

Ed heeft vanaf de bovenkant de boegspriet nagemeten en vind het verschil binnen de marges vallen. Hij vraagt of ik hem kan vertellen hoe hij de genacker moet optuigen. Ik loop met hem mee een boord en samen kijken we wat hij heeft en hoe dat gebruikt moet worden. Hij heeft alles af fabriek gekregen. Ik vind het vreemd dat de doorlopende lijn om het zeil op te rollen te kort is om ergens aan vast te zetten. Met deze lengte moet je altijd naar het voordek om het zeil in of uit te rollen. Hij doet er verstandig aan om een langere lijn te (laten) maken.

4 mei Ik ben bijna klaar voor vertrek als Ed op de steiger staat. We wisselen gegevens uit en ik krijg een sticker en een pet met het logo van zijn schip ‘Scaredy Cat’ er op als dank voor mijn hulp. Zijn vrouw komt vandaag aan boord en wil nog wat van Cádiz zien. We zien elkaar vast wel weer bij Gibraltar.

Eenmaal buiten de haven kom ik in een klotsbak terecht. Golven komen van alle kanten.  Pas als ik de ondiepten rond Cádiz heb gerond wordt het water rustiger en kan ik zeilen. Halverwege naar Barbate staat er een gebied met drijfnetten op de kaart. Het gebied rijkt tot ver buiten de veilige 20 meter waterdiepte grens. Zo lang als mogelijk is probeer ik de 20 meter lijn aan te houden en hoop dat er een route omheen door ondiep water is. Met de verrekijker speur ik de lijn met boeien af. Helaas, ik zal er omheen moeten. Veilig aangekomen in de haven van Barbate krijg ik een box aangewezen waar de wind me schuin in blaast. Een vergelijkbare situatie als die bij de fransman in Cádiz zo fout ging. Het aanleggen ging met hulp op de steiger netjes. 

5 mei ’25 Voor dat ik kan vertrekken moet ik het havengeld betalen. Ik sta voor de deur als het havenkantoor om 10 uur open gaat. Het uitvaren gaat een stuk makkelijker dan het aanleggen gisteren. Vol zeil vaar ik richting Tarifa. De wind is wat toegenomen. Voor de zekerheid zet ik twee riffen. In de versmalling tussen Tarifa en Gibraltar kan de wind door tunnelwerking sterker zijn dan verwacht. Achteraf gezien was één rif voldoende geweest. In de baai van Gibraltar is het druk met aankomende, vetrekkende en geankerde schepen. Ik laat het anker vallen vlak bij de Soluna van Ulrike en Friedhelm. 5 Mei, bevrijdingsdag, dat geldt ook voor mij. Eindelijk bevrijd van het gevaar van Orka’s.

Het is jammer dat die beesten dit gedrag vertonen, ze verpesten daarmee een mooi vaargebied.

Gibraltar 06

6 tot en met 9 mei. De komende dagen ga ik Gibraltar en La Linea verkennen. Tegen een kleine vergoeding kan ik de dinghy bij de jachtclub aanleggen. Vanuit La Linea ben je binnen 10 minuten lopend in Gibraltar.

La lineaGibraltar 09

Wel vreemd om lopend de start en landingsbaan, die dwars over de landtong ligt, over te steken. Alleen een paar slagbomen en verkeerslichten, als of een trein langs kan komen… Gibraltar valt onder de Gemene Best, heeft zijn eigen pond en opvallend genoeg rijden de auto’s rechts.

Bukken

De Scaredy Cat is ook op de ankerplaats aangekomen en tijdens een borrel leer ik Scarlet, de vrouw van Ed kennen. Het is gezellig, we blijven elkaar volgen. Kort voordat het donker wordt ankert een oud Zweeds schip met een stel alternatievelingen vlak bij mij. Waarom zo dicht bij? Er is plaats genoeg.

10 mei

Vandaag wil ik vertrekken. Sh*t, de Zweden liggen te dicht bij om veilig anker op te gaan. Ik schat dat mijn anker zelfs onder hun boot ligt. Ik wacht of ik leven zie aan boord. Om half tien vind ik het welletjes en laat mijn dinghy, die al vastgesjord was voor de trip, in het water en ga langszij bij de Zweden. Na verschillende keren op de romp te kloppen verschijnt er een slaperig rastahoofd in het luik. Hij zal ruimte maken. Als ik de dinghy weer klaar voor vertrek heb zie ik dat de Zweden anker op gaan. Mijn beurt, ik kan vertrekken. Het kost me ruim twee uur voordat ik tussen de geankerde vrachtschepen door de rots van Gibraltar vrij vaar en de Middellandse zee voor me ligt. De azuurblauwe Middellandse zee, mijn speeltuin voor zolang als ik zin heb én het mij gegund is. De gunfactor houd me bezig, eergisteren heb ik gehoord dat mijn schoonzus, die nog geen twee maanden ouder is dan ik, uitbehandeld is. Voor haar heeft het lot helaas anders beslist.

Langs de zuidkust van Spanje zijn weinig beschutte ankerplekken te vinden. Wel dure Marina’s. De wind houd zich een keer aan de verwachting. Met een bakstagwind van 4 a 5 Bf zeil ik oostwaarts. Tegen een uur of vijf durf ik het aan om de parasailor te hijsen.

parasailor

Dit is de eerste keer dat ik dat alleen doe. Tegen de tijd dat het donker wordt heb ik de windverachting tientallen keren gecheckt. Kan en durf ik de parasailor te laten staan gedurende de nacht? Alles wijst erop dat de wind niet zal toenemen, ik laat hem staan al is het met een knoop in mijn buik.

het blijft mooi

Ik pak mijn slaapritme op en check ieder half uur of alles OK is. Rond drie uur valt de wind een stuk weg en komt uit een andere hoek. Als ik wakker wordt hangt de parasailor als een zak voor de mast en is de snelheid teruggevallen tot 1,5 knoop. Ik trim het zeil en weet er een snelheid van een knoop of vier uit te persen. Terug in bed. De windkomt langzaam terug en tegen de tijd dat het licht wordt vaar ik weer tussen de 6 en 7 knopen. Ik zeil inmiddels ter hoogte van Almerimar en besluit om bij Carboneras te gaan ankeren. Zo als het er nu uit ziet kan de parasailor het hele traject blijven staan. Het wordt me snel duidelijk dat het zonde is om al vroeg te ankeren. Bij Águilas vind ik een kleine baai waar ik kan ankeren en verander mijn route daarheen. De wind neemt volgens de verwachting langzaam af. De werkelijkheid is omgekeerd. Windkracht 4 wordt 5, de grens voor de parasailor. Nadat de wind een paar keer de 6 Bf heeft aangetipt besluit ik de Parasailor te strijken. Volgens de gebruiksaanwijzing kun je de Easysnuffer (een hoes zie de foto) eenvoudig over het zeil trekken. Met een dikke windkracht 5 die het zeil open houd kun je dat ‘eenvoudig’ wel vergeten. Met mijn volle gewicht aan de lijn gebeurt er niets, ik was er al bang voor. Bij gebrek aan een kamerolifant zet ik de lijn op de lier. Nu lukt het wel, zij het met moeite.  Met de parasailor opgeborgen en alleen varend met de Genua valt de snelheid terug van ruim tien naar 6 à 7 knopen. Ik heb geen zin om een gereefd grootzeil te hijsen. Het gaat snel genoeg. Tegen acht uur rol ik De Genua in vaar de baai in. In het meest beschutte stukje is het zigzaggen tussen allerlei soorten vistuig door. Ik laat het anker vallen met net genoeg ruimte om te zwaaien.

Cabo de Gata

12 mei. Na een nacht heerlijk te hebben geslapen bekijk ik de verschillende weersverwachtingen. Stuk voor stuk geven ze weinig wind  aan. Buiten de baai zie ik zelf toch echt iets anders. Over de windrichting zijn de modellen het wel eens en die is gunstig. Mijn volgende doel, een binnenzee ten noordoosten van Cartagena, is een kleine 60 mijl verder. Ik besluit het erop te wagen. Ik vaar uit en neem mezelf voor om rond de middag te bepalen of het weer gunstig genoeg is om door te varen of terug te gaan naar de baai. Eenmaal buiten is de wind net 4 Bf. Met vol tuig én een gunstige koers haal ik toch een snelheid van 5 knopen. Niet veel maar genoeg. De wind varieert de hele dag, gelukkig vooral in mijn voordeel. Om op de binnenzee te komen moet ik een brug passeren. De brug gaat iedere twee uur open, de laatste opening is om 20.00u. Ga ik dat halen? Het lukt, rond zeven uur strijk ik de zeilen en vaar het kanaal binnen. Er is geen wachtsteiger en is nergens iets te bekennen  om je te melden voor de brug. Er is maar één optie, met gemiddeld 10 knopen wind in de rug, stil proberen te liggen in het kanaal. Geen ander schip te bekennen, ook niet aan de andere kant van de brug. Hij zal toch wel draaien? Om kwart voor acht komt er klein zeilschip achter mij het kanaal in. Hij blijft achter mij. Ik wenk hem om langs mij te varen, het steken is al lastig genoeg en dan zie ik een ander schip liever voor me dan erachter. Hij vaart langs en zegt dat de brug snel zal draaien. Even voor achten gaan de slagbomen naar beneden en kan ik eindelijk naar de brug varen. Het was best intensief wachten. Eenmaal uit het kanaal ga ik stuurboord uit om een ankerplek te zoeken. Er ligt een ander schip dat best ver uit de wal is geankerd. Langs de kust staan er veel vis staken. Opeens zie ik op nog geen tien meter naast me kleine donkere drijvertjes die een lijn net onder water houden. Het is meer geluk dan wijsheid dat ik deze lijn zie. Wegwezen hier. En ik ga voor anker in de buurt van het andere schip.

Foto’s

3 Reacties

  1. Robert:
    15 mei 2025
    Hoi Petra zo te lezen maak je weer heel veel mee, gelukkig dat het orka verhaal op dit moment weer even achter de rug is. Zo te lezen heb toch wel regelmatig met mensen te maken die bepaalde kennis en ervaring missen. Behouden vaart en een mooie voortzetting van je reis. Groetjes Loes en Robert
  2. Willem en Marielle van Bork:
    15 mei 2025
    Ha Petra, Mar Menor….!!! Niet verkeerd. Je schiet al lekker op. Je gaat nu een heerlijk vaargebied in. We blijven je met plezier volgen.
    Gr’s Willem en Mariëlle
  3. Zena:
    24 mei 2025
    Hallo Petra. Eindelijk heb ik tijd om je blog te lezen. Mooie verhalen! Het lijkt wel een boek. Ik ben lekker op Ibiza. De lieve groeten van Zena